Vandaag gaat het over angst.


Mijn vrouw, gewoonlijk een toonbeeld van rust en gelijkmatigheid, heeft gedroomd dat zij mij dood vond op bed, liggend op mijn buik, met een mes in mijn rug. Tegelijkertijd hoorde zij gerucht in de logeerkamer. Toen ze de gang op ging, stootte ze op twee gemaskerde mannen ('Met van die bivakmutsen die je constant op tv ziet van onze ME'ers,' zei ze me). In paniek rende ze de trap af, de zijdeur uit en over straat richting het huis van mijn zuster en zwager. Bonkend op de ramen werd ze, goddank, wakker. 'Ik heb een uur stil gelegen en nog een uur gelezen voordat ik weer in slaap kon komen,' zegt ze me 's ochtends, moe en nog altijd ontdaan. Mijn vermoeden is dat heel veel mensen dezer dagen kampen met nachtmerries van deze aard. Dat is wat terreur met je doet: het boort een gat in je hart, maakt je angstig en wantrouwend, en het sluipt in je brein, waar het je aanvalt daar waar je het meest kwetsbaar bent. We blijven nog een half uur in bed, zachtjes pratend in elkaars armen, vierend dat we leven. Op de radio horen we dat de paus op Witte Donderdag de voeten van vluchtelingen heeft gewassen. Waarom stond dat niet groot in de krant? Balsem tegen de bivakmutsen.