Vandaag gaat het over Cruijff.


Dat kan niet anders, als je de media moet geloven. JC Superstar, kopt NRC Next ad rem op Goede Vrijdag. De aandacht voor de dood van Johan overtreft vele malen die voor de dood van Jezus. Nee, fout, de aandacht betreft het leven van Cruijff. In de euforie over wie hij was, lijkt zijn dood bijna achteloos te worden meegenomen. Niet bij mij. Ik ken zijn leven op mijn duimpje, dus ik heb alle ruimte voor zijn dood. Ik ben niet alleen van exact dezelfde generatie (1947) maar ook van dezelfde snit: zoon van de groenteboer/melkboer, jongetje van de straat, altijd en eeuwig voetballen (zij het in mijn geval een stukje minder bekwaam), trouwen met je jeugdliefde en daarbij blijven, ouwehoeren tot je een ons weegt, roken als een schoorsteen. Met de dood van Johan gaan aan mij twee levens voorbij. Het zijne en het mijne in een onverdacht verband. Het eindigt in een wedstrijd: hij wel, ik niet. Zijn nadeel. Mijn voordeel. Voorlopig dan.