Vandaag gaat het over terroristen.


Wat weten we nog weinig van ze. Wat weten we van de Brusselse broers die, nota bene bekenden van de politie, op hun dooie gemak, als toeristen onderweg naar Gran Canaria, met hun koffers op hun karretje door de vertrekhal wandelden? Op weg om met hun spijkerbommen zichzelf en tientallen onschuldigen in het verderf te storten. Hebben ze hun tanden nog gepoetst, toen ze heel vroeg in de ochtend opstonden? Wat neem je als ontbijt als je dit gaat doen? Bel je nog een laatste keer met een enkele geliefde? Wat denk je in de stilte van de taxi? Ben je kwaad, woedend, vol wraak? Visualiseer je je slachtoffers? Geniet je van hun komend lijden? Of ben je kalm, de professional die een opdracht uitvoert? Wat willen wij van ze weten? En wat moeten we van ze weten om te voorkomen dat hun broers morgenvroeg opstaan en hun koffers pakken? En volgende week weer? Want ze hebben duizenden broers, helaas. Gisteravond stond na de sombere, kille dag ineens de volle maan helder en klaar aan de hemel. Het was twaalf uur. In de tuin was de aarde als verlicht. Nu wij nog.