Vandaag gaat het over tropisch zwemparadijs.


Dat van ons heet Aqua Mundo. Zo'n naam verwacht je niet in winterswinderig Zandvoort aan Zee en zo'n naam past niet bij Center Parcs, en toch is het zo. De parkeerplaats staat overvol auto's van Duitsers die om duistere redenen eind februari helemaal naar de Nederlandse kust rijden om daar in nooit ophoudende regens tot op het bot verkild over een verlaten strand te dolen. Hun (en ons) enige soelaas is een koepel waaronder het 38 graden is. Vandaar dat tropische in zwemparadijs. Ik mag er twee keer per jaar met de kleinkinderen een dagje verblijven. Het onbelemmerde zicht op onmetelijke buiken, spekzwabberrende ruggen en daarop de meest apocalyptische tatoeages, maakte dat ik jaren lang over Aqua Mundo slechts kon spreken als over 'het voorportaal van de hel.' Sinds vorig jaar is dat danig veranderd. Aangedreven door een wijze les mindfulness van mijn dochters ben ik er in geslaagd om in mijn stoel aan de rand van het golfslagbad een perfecte zen-houding aan te nemen. Ik objectiveer mijn waarneming. Ik registreer de buiken, ik constateer de ruggen, ik negeer het gegil en ik abstraheer de tattoos. Het resultaat is opzienbarend: ik geniet.