Vandaag gaat het over eendracht.


Als we de poort doorgaan om terug te keren in de medina van Marrakesh zien we dat de lange, smalle straat helemaal tot aan het eind volloopt met honderden Marokkaanse mannen die in drommen op weg zijn naar de moskee. Al het verkeer dat hen tegemoet komt - lopend, per brommer, auto of ezelkar - moet stoppen en wordt opzij gedrongen. Opzij, wij eerst, wij die naar de moskee gaan, gaan voor, voel je ze denken. De vastberaden blik in hun ogen, de manier vooral waarop ze dwars door je heen kijken, het heeft iets dreigends. Niet dat het tegen je is gericht, maar je bespeurt de macht van de eendracht en daarmee de zwakte van jezelf. Mijn vrouw en ik zoeken toevlucht in een steeg. En terwijl de drommen blijven komen, zegt ze dat het haar doet denken aan de straat waar zij woonde in de jaren vijftig, vlak naast een katholieke kerk waar diezelfde drommen, maar dan mannen, vrouwen en kinderen, op zondag heen en weer spoelden. Mij brengt het op de zondagen dat ik aan de hand van mijn vader samen met honderden andere vaders en zoons de Rijksstraatweg in Haarlem vulde, koortsachtig op weg naar het stadion waar Koning Voetbal regeerde. We spreken een Belg die tien jaar in Marokko woont. 'Vroeger maakten deze mannen ruimte, een vrije baan in het midden van de straat. Nu niet meer. Tot voor kort zag je geen boerka in Marrakesh. Het hoort niet bij Marokkanen. Nu steeds meer. Het is de invloed en het geld van Saoedi Arabië. Van mij mag de olieprijs nog veel lager.'


  • Facebook B&W