Vandaag gaat het over X.


X is het grote ongewisse. X is de waterstofbom van Noord-Korea, de Zwarte Maandag van de beurzen, de aardbeving die Californië verwoest, de onmetelijke plons waarmee de Groenlandse gletsjers in zee verdwijnen, de Grote Droogte in Afrika. X is de aanslag op de trein, de bus, de zaal, het restaurant, het plein, het vliegtuig, week na week, totdat we niet meer buiten durven en binnen de ontzetting in de ogen van de ander zien bij het horen van het nieuws. Nu al vrezen we met grote vreze en we voelen de keeldichtsnoerende angst die ons in alle botten kruipt. Hopelijk is het de leeftijd. Alhoewel. Houd moed, zeggen we tegen elkaar en wie had ooit gedacht dat we dat nog eens zouden zeggen? En terwijl we het anderen aanraden, weten we zelf niet hoe dat moet, moed. We hebben er geen ervaring mee in de afgelopen zeventig jaar. Anderen wel. X is tien miljoen vluchtelingen, nee, X is de vluchteling in je voortuin, die zijn neus wanhopig tegen je raam duwt.