Vandaag gaat het over alleen.


Als je dagen aaneen op jezelf bent, in huis, bij de buis, aan tafel, aan de wandel, in bed, gebeurt het dat het in je hoofd gaat zingen. Tal van gedachten bereiken nog wel je mond, maar die blijft gesloten, tenzij je in jezelf gaat praten wat ook in je eentje een beetje dom klinkt. Teleurgesteld keren je gedachten terug naar je hersens. Daar is het alsof je je eigen antwoordapparaat inspreekt. 'He joh! Heb jij het strijkijzer aan laten staan? Nou je het zegt! Is gevaarlijk. Zal niet meer gebeuren hoor!' Maar na het sociale geweld van december vind ik een dagenlange Alleingang in m'n eigen gedachten op een geruststellende manier plezierig. Zo van: ‘Wat zit ik hier lekker in mezelf te denken.’ ‘On est chez toi,’ zoals de Fransen het mooi zeggen. Je bent je eigen gezelschap, en zeg nou zelf, wat beter gezelschap kun je je wensen? Je herkent wie je bent op een manier die in ander gezelschap onmogelijk is. Natuurlijk, geen mens, dat sociale dier, kan zonder de inbreng van anderen, om hem te voeden, te inspireren, te kwetsen, te bekeren, lief te hebben. Maar juist in mijn alleen zijn, zo zingt het rond in je zoemende hoofd, vind ik de ruimte om mijn grens met de ander te bepalen. ‘Hallo, hartelijk welkom’, naast ‘Ho, tot hier en niet verder'.