Vandaag gaat het over 1916.


Ik leef 2016, ik lees 1916. De Eerste Wereldoorlog is in volle gang. Miljoenen Franse, Duitse en Engelse soldaten creperen in de loopgraven van Europa. Drie miljoen zijn er al gestorven, er zullen er nog vijf miljoen volgen. Heel Europa leeft op en over de rand van de afgrond. Het continent is bezaaid met lijken en vluchtelingen. Nederland, dat met grote moeite de neutraliteit bewaart, heeft met een ingestorte economie een miljoen vluchtelingen uit België opgevangen en zal er uiteindelijk 100.000 jarenlang huisvesten en voeden. En dat is nog het is het minste van alle problemen. Ik kijk op van mijn boek en voel sterker dan ooit hoe onwaarschijnlijk veel de wereld in slechts honderd jaar is veranderd. En ik realiseer me nog maar eens: op grond van het verleden is geen enkele voorspelling over de toekomst te doen. Op 1 januari 2116 zijn mijn nieuwe kleinzoons Vic en Sam honderd jaar. Ik ben zowaar een beetje jaloers. Zo graag zou ik met hun ogen van dan de wereld van dan willen zien. En ik benijd meteen ook de hindoe die rotsvast gelooft dat hij weerom zal komen. Wie weet. Wie weet. Ik neem nog maar een stukje taart en buig mijn hoofd. Terug naar de verschrikkingen van 1916.