Vandaag gaat het over vriendschap.


Het is moeilijk om een vriend te hebben omdat het moeilijk is er een te zijn. Voor een vriend doe je alles, vlieg je terug uit Zuid-Amerika, pluk je je spaarrekening, blijf je nachtenlang whiskey drinken, vergeef je hem zijn smakken, vind je zijn vrouw lief en mooi, vind je zijn kinderen veelbelovend en is zijn auto de beste die er is. Voor een vriend word je Feyenoorder als hij Feyenoorder is en luister je naar moderne jazz als hij je probeert te winnen. Dat doe je allemaal voor een vriend. Hij op zijn beurt is het roerend met je eens als je bazelt en laat je uitpraten als je te lang bent of met een slok op voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal vertelt. Hij is je vriend omdat hij uren bij je blijft op de zondagse eerste hulp met je zweepslag. Hij weet hoe graag je klaagt en zeurt en piept en neemt dat voor lief. Hij is je vriend omdat hij je met kaarten laat winnen maar je met biljart meedogenloos van tafel speelt. Zo is je vriend. En zo ben jij. Allemaal omdat er ooit 'iets' was, in die vierde klas, op dat sportveld, in dat café, op die camping, iets dat hem aan jou verbond, en jou aan hem, magisch, mysterieus en meteen, en meteen ook voor altijd. Zelfs al zou het niet duren, vanwege zijn vrouw, of jouw gezeur, dan toch: dat was hem, dat blijft hij, je vriend.