Vandaag gaat het over de aard van de mens.


Op het stukje over Parijs en Troje van maandag kwam een reactie van een belezen vriend. Ik geef deze door vanwege het grote belang van de zaak. Hij schrijft: ‘Ruim twee eeuwen geleden schreef de jonge hertog de Richelieu in een commentaar op de Franse Revolutie: It will be with this one as it has been with all those which have agitated the world. If it is left to itself it will die and vanish into the void from which it should never have emerged; on the contrary,if it is persecuted , it will have its martyrs, and its lifespan will be prolonged far beyond its natural term.’ ‘Je zou denken,’ schrijft mijn vriend, ‘Nil novi sub sole’, niets nieuws onder de zon. Maar dat kan je beter niet zeggen. Je wordt dan direct verdacht van ‘bagatelliseren’ (=heel erg). In de commentaren op ‘Parijs’ wordt de aard van de Mensch zelden benoemd. Het wezen van de mens is oorlogszuchtig (zie jouw verwijzing naar Troje). Ook hier geldt het mondje dicht, anders word je beschuldigd van passiviteit (=nog erger).’