Vandaag gaat het over tachtig.


Tachtig is prachtig, zegt zijn omgeving eendrachtig. Ja, als je, toevallig of niet, een fiks jongere vrouw bent getrouwd die lief naar je kijkt, streng op je let en goed voor je zorgt. En ja, als je een hartverzakking hebt overleefd, en legionella en prostaatkanker. En ja, als je een lijf hebt met de energie van een paard, de wil van een leeuw en de gedrevenheid van een panter op jacht. En ja, als gulheid, gastvrijheid en gezelligheid je domein zijn. En ja, als je zo krachtig nog bent als tachtig zijn kan, zodat je je hand niet omdraait voor 18 holes golf, plus een flinke slok, plus een lange zit aan een stevige dis in een vol restaurant. Ja, dan is tachtig allemachtig prachtig. En terwijl je je SUV vanaf je hoge zit met vaste hand (en een enkele deuk toch wel) naar je toekomst stuurt, praat je maar liever niet over het dutje dat je in de middag zo maar kan overvallen, en niet over De Wereld die nu toch echt te snel voor je Door Draait en niet over de vlucht naar vroeger die steeds meer je verhaal wordt. Waarom zou je ook? Het geheim van lang leven, zeg je, is aan het leven toegeven, niet aan de dood.