Vandaag gaat het over vandaag.


Ik vraag me af of er wel een vandaag is. Altijd is er de zekerheid van gisteren, het verleden is een vaststaand feit. En morgen, dat is de dag waarvan wij bijna zeker weten dat hij komt. Elke dag weer. Morgen vertegenwoordigt onze verwachting dat het leven ons telkens opnieuw een boterham met hagelslag, een kop koffie, een zinvolle tijdsbesteding, de liefde van een partner en een genadevolle slaap zal brengen. En zo verder. Als je een leven hebt dat, als het even meezit, 30.000 van dit soort morgens brengt, dan is die verwachting begrijpelijk, tot op het punt dat we tegen alle redenering in, een zekere oneindigheid incalculeren. Logisch dat berichten over de kinderen van deze tijd, die weleens lachend 140 jaar zouden kunnen worden, aan koffietafels en kantoorbuffetten geliefde gespreksstof vormen. Maar waar is bij dit alles vandaag? Vandaag is een tollend rad van 86.400 seconden, een dolgedraaid horloge van onhoudbaar wegtikkende tijd die elk nu tot net maakt en elk volgend nu tot straks. Carpe diem, zeggen de filosofen. Pluk de dag. Ja, daarom zijn het filosofen: mooi gesproken, maar doe het maar eens. Alles wat je doet, is meteen verleden, alles wat je wil is per definitie toekomst. Heden schrijf ik dit stukje, maar niet heus. Ik schreef.