Vandaag gaat het over haar.


Let op, niet over haren. Haren, dat is wat in bad, in het putje van de wasbak, op de vloer bij de kapper ligt, wat er af is. Haar, het enkelvoudig zelfstandig naamwoord (zou dat nog worden geleerd op school?), zit er nog op. Het meeste op je kop. Ik denk er over na dat de mens op bepaalde plekken haar heeft en op andere niet. Waarom, in vredesnaam? En wat is dat, haar? Hoe kan het, dat we het ene haar prachtig vinden en het andere verschrikkelijk? Waarom worden jongens met rood haar ( en het is niet eens rood!) op school gepest? Hoe komt het dat ergens in een bepaalde cultuur ineens wordt beslist dat hij stoer is die zijn schedel kaal scheert? En vervolgens dat de baard er weer op moet. Hup jongens, allemaal Kapitein Haddock. Dan zie ik die voetballers het veld op komen van wie er steeds meer met baard, en dan denk ik, de Feyenoorder die 5 jaar geleden met een baard in de kleedkamer was verschenen, hadden ze afgemaakt. Nou goed, haar is dus enorm discriminerend. De oudere man die 'er nog zo goed uitziet' met zijn zilvergrijze kuif, de filmster met de koperen gloed, en daar tegenover de jongen met het hak- en breekwerk op z'n kop, niks mee te beginnen, heel z'n leven niet, het meisje met het steile peper en zout helmpje, de man die om zijn krullen wordt getrouwd en met 30 al kaal is (ik), de oudere vrouw die met haar overgang niet alleen haar zin maar ook haar haar verliest. Het weinige dat ik nog aan haar heb, wordt tegenwoordig door mijn vrouw met een tondeuse glad gestreken. De verrassing is de intimiteit. Haar lichaam, zo dichtbij achter me, de aandacht die in haar bewegingen zit, de linkerhand die steeds even keurend over mijn bol strijkt.


  • Facebook B&W