Vandaag gaat het over horloges.


Ik heb er vier. Had ik nooit gedacht. Vijftig jaar lang had ik er maar eentje. Steeds zo lang mogelijk dezelfde. Ineens had ik er een bij, en nog een. Gekregen. Met de tijdgeest mee. De tijd is tegenwoordig alom tegenwoordig. Smart phones, tablets en lap tops geven altijd de tijd. Toch worden er steeds meer horloges verkocht. Ze geven je je eigen tijd, de belangrijkste tijd. Aan je pols klopt je leven voorbij. Maar ineens was mijn pols leeg. Geen mooie, fijnzinnige Jacob Jensen meer. Gelukkig lag-ie aan m'n voeten. Met een gescheurd bandje. Dan maar de vierkante, stoere Emporio Armani met het stevige, dikke leer. Verlies je nooit, ook niet bij sport. Verrek. Het ding staat stil. Batterij leeg. Uitgerekend nu. In een toilettas vond ik nog mijn Amerikaanse watch, met het uitdagend rode bandje dat zo goed bij zwart afsteekt. Zal je net zien: per seconde geen seconde wijzer. Wat nu? In mijn bureau ligt een klassieker. Cadeau van mijn vrouw uit Avignon. Moet je opwinden. Kan de batterij nooit leeg zijn. Innig tevreden zet ik de tijd goed en doe het om mijn pols. Niet te geloven: onmiddellijk komt het bandje los. Uitgedroogde lijm. Vier keer prijs. Ik ben niet bijgelovig, maar dit! Met een zak vol horloge bezoek ik de winkel in het dorp. 'Dodewaard' heet de goede man. Ook dat nog. Time is running out on me. 'Nee hoor,' zegt de vrolijke juwelier lachend achter zijn toonbank, 'de Jensen loopt nog.' En later op de dag, als ik de horloges kom ophalen, voegt hij eraan toe: 'Ik heb nagedacht over uw situatie. En ik ben tot de conclusie gekomen dat u helemaal geen tijd meer nodig heeft. U heeft nog alle tijd van leven.' Dankbaar pin ik het bedrag dat hij vraagt.