Vandaag gaat het over water.

En wel een glas water. Nog preciezer: het glas water. Ik kan niet zonder. Geen nacht. Vol overtuiging draag ik het elke avond weer naar mijn bed. Water moet. Je kan niet slapen, je draait je nog eens om en jawel: je neemt een slokje. Je wordt wakker, het is pikkedonker en je hand vindt op de tast het glas waar je mond naar snakt. Acht uur lig je zo horizontaal. Met als enige noodzaak dat glas water. Wat een krankzinnig verschil, bedenk ik terwijl ik een slokje neem, met die andere zestien uur van de dag. Hoe ongelooflijk veel aan drinken, eten, benzine, elektra, gas, auto, huis, amusement, verplaatsing, gezelschap, gemeenschap en noem maar op hebben we in dat verticale twee derde deel van onze dag nodig om van het ene uur naar het andere te komen. Waren we voor een dagelijkse portie van 12 uur in plaats van 8 uur slaap geschapen (en dan, vooruit, met twee glazen water), de wereld zou er een heel stuk beter voor staan: minder vol, minder druk, minder vuil. Maar ja, het kan natuurlijk heel goed zijn dat ik er dan helemaal niet was geweest. Liefje, zullen we? Nee, schat, ik moet slapen.


  • Facebook B&W