Vandaag gaat het over schrijven.


Tienduizenden uren ben ik in mijn leven ingespannen aan het schrijven geweest. Twintig jaar tikken op de typemachine. Vijfentwintig jaar op de computer. Ooit wist ik zeker dat ik nooit een stukkie zou kunnen tikken zonder het gezelschap van de ratelende hamertjes van de Adler, de rook van de zoveelste Marlboro en de bite van het biertje. Alinea na alinea werd naar binnen gezogen, een goed citaat gedijde bij een flinke slok. Tot de werkkamer blauw stond van de rook en de aantekeningen verdwenen onder de lege flesjes. Klaar! Niets is er mooier dan het laatste vel papier dat met een triomfantelijke ruk uit de machine wordt getrokken. Dat geluid! Nu moet je het doen met het zuchtje van Save en Send. Niet zeuren. Mijn glaasje water schittert in de schone lucht van mijn tuin, mijn werkplek is een tafel omgeven door roze hortensia's, rode rozen en witte anemonen. Ik schrijf de sterren van de hemel en de hele wereld kan meegenieten. In 1968 moest ik als stagiaire bij de sportredactie elke zondagnamiddag achter de ramen van Haarlems Dagblad met wit krijt op zwarte borden de voetbaluitslagen opschrijven. Buiten in de Grote Houtstraat stond steevast een groep mannen gespannen te wachten. Ik krijtte een 2 achter FC Haarlem en ik zag ze al juichen. Tergend langzaam noteerde ik achter Blauw-Wit een 3. Hun gehuil drong door de ramen naar binnen. Zo begon ik met schrijven. Zo leerde ik wat nieuws was.


  • Facebook B&W