Vandaag gaat het over druif.

De druif is samen met Brigitte Bardot de belangrijkste vrucht van Frankrijk. Met duizenden andere Nederlanders ben ik een weekje in het zuiden waar de lucht nog warm is, het licht perzikgeel en de druif rijp. Zoals in Nederland alles draait om de uier van de koe met daaraan gekoppeld de prijs van de melk en die van de kaas en de zorg over de mest en de afnemende melkconsumptie, zo staat of valt de sfeer in deze streek met de staat van de druif. In kleine groepjes zie je ze ernstig in het land staan, gesticulerend en discussiërend, kijkend naar hun ranken, af en toe voorzichtig een druif losmakend om te voelen, te proeven en te ruiken, dan weer de armen en de blik omhoog. Wat gaat het weer doen, deze laatste weken van de oogst, zie je ze vragen. Gaan we nog regen krijgen, maar dan graag niet te hard en niet te veel? En als het even kan, mon Dieu, precies voldoende droge dagen voor het plukken. 'We denken dat we dit jaar dezelfde kwaliteit kunnen halen als vorig jaar, maar wel met een kleinere hoeveelheid,' zegt Colette van Chateau St. Julien in La Celle, bij wie we onze rose de provence halen. Twee jaar geleden hebben ze tientallen kilometers hekwerk om hun prachtige druivenvelden moeten plaatsen omdat de wilde zwijnen alle raisins, de jonge druifjes, lekkerbekten. Weg oogst. Wij ons damherten probleem, zij de sangliers.

Zo krijgen we allemaal wat. We vertellen het van de herten aan Madame Colette. ‘Jawel,’ zegt ze, ‘maar jullie hoeven niet van je planten in de tuin te eten. Wij wel.’ Ze schrikt van haar woorden en gaat gauw een glaasje schenken. We proosten op regen en zon. In die volgorde, zoals ook het spreekwoord zegt.