Vandaag gaat het over vluchtelingen.


Welbeschouwd zijn we dat allemaal, vluchteling. We vluchten in werk, werk, werk, in seks, in drugs, in alcohol, alcohol, alcohol, in inertie, in narcisme, in mantelzorg, in tweede huizen, in eindeloos heen en weer reizen van Waar was ik ook alweer? naar Waar ga ik ook alweer naar toe?, in muziekfestivals, in buiten de deur eten, op terrassen zitten, in duurlopen en Ventouxfietsen. We vluchten in allerlei vormen van ontkenning en ontkennen dat vervolgens in onze tweets, apps, facebook berichten en instagrammetjes. Bijna tweeduizend keer per jaar, lees ik deze week, vluchten we in de dood. Ik heb het twee keer van zeer dichtbij meegemaakt. Ultieme ontregeling. Zelf flirt ik met de dood. Ik wind de dood om mijn vinger en bekijk 'm licht geamuseerd. Ik spreek 'm toe, ik kijk 'm aan, ik vraag 'm naar zijn status en z'n planning met mij en ik verbeeld me dat ik 'm op die manier op afstand hou. Met dezelfde vinger ga ik zachtjes over de foto van het jongetje op het strand.